
Bram van Eijk is sinds 26 februari advocaat-stagiair bij bureau Brandeis. Eerder werkte hij er als juridisch medewerker en student-assistant voor onder anderen Christiaan Alberdingk Thijm, zijn huidige patroon. Wat kenmerkt hun band en wat leren ze van elkaar?
Bram van Eijk (25) houdt van arthouse films. Toen hij student-stagiair bij bureau Brandeis was en vervolgens juridisch medewerker werd, serveerde hij zijn collega’s filmtips. Sinds 26 februari is hij advocaat-stagiair bij dit in litigation gespecialiseerde kantoor. Zijn patroon, Christiaan Alberdingk Thijm (53), introduceerde hem onlangs op LinkedIn en trok daarbij een parallel met een film die Van Eijk had aangeraden: Past Lives. “Een subtiele liefdesfilm. Slimme structuur, bescheiden, een tikkeltje nostalgisch, altijd boeiend, met een prachtige finale.” Alberdingk Thijm snapte die tip. Want: “Past Lives past bij Bram. Bram is een bescheiden alleskunner.”
Zijn pupil heeft twee masters gedaan: Informatierecht en Staats- en Bestuursrecht. Daarnaast is hij thuis in auteurscontractenrecht, persuitgeversrecht, gegevensbeschermingsrecht én onrechtmatige perspublicaties. Bovendien zouden zijn stukken om door een ringetje te halen zijn. Van Eijk begon in het informatierechtteam dat Alberdingk Thijm leidt en zet zijn werk daar nu voort. Aangezien ze al veel samen hebben gewerkt, weten ze wat voor vlees ze in de kuip hebben.
Bescheidenheid, een mooie eigenschap en valkuil.
Alberdingk Thijm: “Zeker! Bram is rustig en werkt hard. Omdat hij altijd wil helpen en nooit ‘nee’ zegt, kan hij worden ondergesneeuwd. Het is daarom belangrijk dat hij goed leert zijn grenzen te bewaken.”
Van Eijk: “Soms ben ik maandagochtend aan het passen en meten; wat ga ik wanneer doen?”
Alberdingk Thijm: “Ons teamoverleg op maandag is een belangrijk moment voor planning en feedback. Omdat we alle lopende zaken bespreken, weet je waar iedereen mee bezig is en kun je daar rekening meehouden. Je kunt ook aangeven of je ruimte hebt of juist overloopt. Vervolgens kijken we dan hoe we elkaar kunnen helpen. Daarbuiten kan Bram natuurlijk ook altijd bij me binnenlopen.”
Van Eijk: “Die vrijheid voel ik.”
Alberdingk Thijm: “De advocatuur is in zekere zin een voortdurende oefening in zelfbeheersing. Iedereen vindt iets van je werk: de rechter, de wederpartij, de cliënten. Advocaten zijn erg vatbaar voor lof en kritiek. Vooral tegen dat laatste moet je je beschermen. Dat lukt Bram al goed, maar ik hoop dat hij commentaar nog meer van zich af kan laten glijden. Het helpt om afstand te nemen en kritische opmerkingen als het ware te observeren. Die hebben namelijk niets met jou persoonlijk te maken. Zo betrek je kritiek minder op jezelf en ga je meer uit van je eigen kracht.”
Lastig.
Alberdingk Thijm: “Ja. Ik probeer het goede voorbeeld te geven.”
Van Eijk: “Dat klopt. Onlangs hadden we in een zaak ergens niet op geanticipeerd. Terwijl ik meteen in de stress schoot, bleef Christiaan rustig en bedacht hij hoe we nu verder moesten.”
Alberdingk Thijm: “In onze procespraktijk is nooit rust. Dus moet je die kalmte zelf creëren, relativeren helpt. Kletsen met collega’s ook.”
Je begon bij De Brauw. Wie was je leermeester?
Alberdingk Thijm: “It takes a village to raise a lawyer. Ik heb niet één, maar meerdere leermeesters gehad. Formeel was Lodewijk Hijmans van den Bergh mijn patroon, maar informeel was dat Lokkel Moerel, die toentertijd de Amsterdamse IE-sectie leidde. Ook heb ik veel samengewerkt met IE-advocaat Joris van Manen. Lokke’s omgang met cliënten vond ik heel knap. In plaats van dikke adviezen te schrijven, belde ze cliënten op en legde ze uit wat ze moesten doen. Praktisch en efficiënt, niet per se des De Brauws en daarom verfrissend. ”
Van Manen?
Alberdingk Thijm: “Van Joris heb ik geleerd hoe belangrijk de dynamiek ter zitting is. Je schrijft een pleitnota en uiteindelijk verlaten de rechters de rechtszaal om zich te beraden. Als advocaat wil je ze met een bepaald gevoel laten weggaan. Met de dynamiek op de zitting kun je dat gevoel beïnvloeden. Stel dat de wederpartij zich beroept op een futiel punt dat evident onjuist is, dan kun je dat negeren of belichten. Joris was er een kei in om dat punt enorm uit te vergroten. Op die manier ontstond het beeld dat de wederpartij zijn huiswerk niet had gedaan of had gelogen.”
Van Eijk: “Christiaan werkt heel strategisch. Bij elk dossier kijkt hij, los van het juridische verhaal, naar dingen als de insteek van een stuk, de opbouw en de boodschap. Zijn strategische visie komt het best naar voren als hij procedeert.”
Voorbeeld?
Van Eijk: “Ik heb nog niet zelf het woord gevoerd in de rechtszaal, maar ik heb veel zittingen van collega’s bijgewoond. Ik herinner me nog een zaak over het persuitgeversrecht. Onze cliënte leverde een dienst waarbij klanten gebruik konden maken van snippets, fragmenten, van nieuwsberichten. Twee grote uitgevers, DPG en Mediahuis, claimden dat zij hierdoor schade hadden geleden en eisten een vergoeding. Op de zitting gebeurde van alles. Gaandeweg merkten we steeds meer dat de rechters behoefte hadden aan uitleg over de dienst. Ons kantoor heeft toen de kwartjes bij hen laten vallen.”
Alberdingk Thijm: “Naast advocaat ben ik ook docent aan de UvA. Mijn valkuil is dat ik in de rechtszaal ook les sta te geven. Sommige rechters kunnen daar slecht tegen. Als ietwat pedante 50-plusser kan ik dus beter mijn jonge collega’s het woord laten voeren. Deze zaak deed ik samen met twee ijzersterke collega’s, minder ervaren dan ik, maar met een eigen stijl. Daardoor kreeg het verhaal ritme en bleef het fris.”
Van Eijk: “Een pleidooi als een verhaal! Wat dat betreft zie ik overeenkomsten met een goede film: iedere scène is lang genoeg en je blijft de hele film betrokken. Dat is bijvoorbeeld zo bij Parasite, eenZuid-Koreaanse tragikomedie over een arm gezin dat infiltreert in het leven van een rijke familie.”
Wat voor werkomgeving wil je bieden?
Alberdingk Thijm: “Een prettige omgeving waar je niet te veel op eieren hoeft te lopen. Ik benadruk vaak dat een stuk niet altijd voor 100 procent goed hoeft te zijn als het de deur uit gaat. Daarin zit het verschil tussen wetenschappers en advocaten: hoogleraren laten een stuk pas los als het perfect is en hebben daar ook ruimte voor. Wij niet: advocaten werken met deadlines en moeten een stuk vaak eerder loslaten.”
Van Eijk: “Het is bevrijdend om te weten dat je soms fouten mag maken. Je kunt altijd later nog een keer naar zo’n stuk kijken om te leren hoe het de volgende keer beter kan.”
Generatie Z is …
Alberdingk Thijm: “Brams generatiegenoten en de millenialszijn heel toegewijd. Ze zijn kritischer en uitgesprokener dan mijn generatie, zoals over de cliënten die je als kantoor wil bedienen. Vroeger was de advocatuur hiërarchischer. Bram spreekt me er soms vriendelijk op aan dat ik te snel ga, bijvoorbeeld bij het werven van nieuw personeel. In mijn hoofd heb ik de belemmerende overtuiging dat ik 27 ben. Draaf ik daarin door, dan bekijkt hij me op z’n manier dat ik mijn plaats weet. We kunnen veel van elkaar hebben. Bram vindt me soms ongeduldig.”
Van Eijk: “Dat klopt, maar dan bied je later je excuses aan, en is het oké. Ik wil hier nog jaren werken.”
Alberdingk Thijm: “Goed om te horen! Ik ga de komende tijd meer van hetzelfde doen: advocaat zijn, lesgeven en schrijven. Een fijne combinatie.”
Van Eijk: “Ik heb hier veel vrijheid en vind het fijn dat Brandeis niet alleen commerciële belangen dient, maar ook zaken die wij als kantoor belangrijk vinden. Collega’s van ons hebben zich vorig jaar bijvoorbeeld ingezet voor Khalid Khawaja, de 67-jarige eigenaar van een koffiekar dichtbij ons kantoor. Uiteindelijk is het gelukt om zijn vergunning te laten verlengen, zodat hij nog jaren kan werken.”